VKB Congres op 25 april 2009 te Ede
Geschreven door Vkb Datum: 15-2-2009
Een ééndaags congres
De algemene vergadering van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer zal worden gehouden op zaterdag 25 april 2009 in “De Reehorst” te Ede. Deze bijeenkomst zal in de vorm van een congres worden gehouden. De bijeenkomst begint om 09.45 uur en eindigt om 15.30 uur.
Werk in de Kerk
Dit congres staat in het teken van al diegenen die in de plaatselijke gemeenten
werkzaamheden verrichten, zoals predikanten en kerkelijk werkers, kerkelijke
medewerkers, vrijwilligers die in het ambt staan en andere vrijwilligers, zoals
b.v. kosters. Dr. H. de Leede, o.m. hoofddocent Praktische theologie van de
Protestantse Theologische Universiteit en hoofddocent van het Seminarium,
zal een hoofdinleiding verzorgen, waarna een gedachtewisseling volgt onder
leiding van de heer drs. G. van Soest.
Er zullen vijf workshops worden gehouden, namelijk over:
• pastoraat
• kerkelijke medewerkers
• inkomen en pensioenen (arbeidsvoorwaarden)
• vrijwilligers die in het ambt staan en
• andere vrijwilligers, zoals kosters, organisten, gemeenteleden).
In deze editie worden er vooraankondigingen opgenomen van de hoofdinleider
dr. H. de Leede en van de workshops: “Inkomen en pensioenen” (inleider:
de heer P.J.C. Borgdorff) en “Vrijwillige inzet vraagt om vrijwilligersbeleid”
(inleider: de heer P. Valstar).
Werk in de kerk — Wat maakt het verschil
In de opleiding en nascholing van de
predikanten werken wij vaak met de
drieslag van ‘beroep’— ‘ambt’ —
‘persoon’, in de context van gemeente/
zorginstelling/samenleving.
Beroep
De predikant is een academisch
geschoolde professional (beroep),
met daarbij behorende scholing,
nascholing. Daarbij is een academische
professional in staat zelfstandig
zijn beroep uit te oefenen.
Het ambt impliceert dat de predikant
zijn beroep uitoefent vanuit
een kerkelijke zending en legitimatie.
De kerk kent hem de volmacht
toe om het Woord te bedienen. Een
nooit ophoudende discussie is in
welke zin het ambt de beoefening
van het beroep wezenlijk anders
maakt. Dat dit zo is, lijkt moeilijk te
negeren. En het heeft te maken met
‘beschikbaarheid’, ‘representatie’ en
‘toewijding/commitment’ en ‘geborgenheid’.
Maar wat het is en hoe
bepalend het mag zijn, houdt de
gemoederen soms heftig bezig.
Persoon. Het predikantschap is bij
uitstek een ‘zijns-beroep’. De
persoon is helemaal in het geding.
Altijd zijn deze drie aspecten in het
leerproces en in het gesprek over het
werk van de predikant aan de orde.
We zien wel dat de accenten door de
tijd heen verschuiven. Na een tijd van
grote nadruk op ‘professionalisering’
van het beroep, herontdekten velen in
de jaren ’90 weer de waarde van het
ambt. In de laatste jaren wordt steeds
helderder hoe belangrijk de persoon
van de predikant is. Vanuit de zorgkant
wisten we dat al. Gaat het mis
met een predikant, dan heeft dat heel
vaak te maken met aspecten van de
persoonlijkheid. Maar we zien ook een
grotere nadruk op de predikant als
charismatische persoonlijkheid, als
geestelijk begeleider of inspirerend
leider.
In mijn lezing op 25 april a.s. wil ik het
thema ‘Werk in de kerk’ in zijn
algemeenheid eens benaderen vanuit
die drieslag van professionaliteit, ambt
en persoon, daarbij mij zeer bewust
hoe sterk de context van de kerk
veranderd is en door verandert.
Context
We willen met dat laatste inzetten.
In een uiteraard korte schets, komt
een viertal hoofdthema’s in elk geval
aan de orde die de culturele en
maatschappelijke context van de
kerk typeren: netwerk-samenleving,
traditiebreuk, kenniseconomie en
hernieuwde behoefte aan of
openheid voor wijsheid/ervaringskennis.
In deze context wil de kerk
missionair aanwezig zijn.
Wat vraagt dat van het werken in de
kerk en van de werkers in de kerk?
Wat levert het op wanneer we die
bovengenoemde drieslag ertegenaan
houden?
Beroep
Er is een proces gaande van professionalisering
van het kerkenwerk. Er
is heel veel geïnvesteerd in de
afgelopen decennia in de (landelijke
en regionale) ondersteuning van het
kerkenwerk om dat te optimaliseren.
Prof. Gerben Heitink (emeritus-hoogleraar
VU) laat in zijn laatste boek zien
hoe enorm veel er geïnvesteerd is
sinds de jaren ’70 in vernieuwing,
ondersteuning van het kerkenwerk
(catechese, jeugdwerk, pastoraat,
gemeenteopbouw). Enorm! De
uitloper daarvan was de hele opbouw
van de dienstenorganisatie, met zijn regionale dienstencentra (RDC’s) in de
late jaren ’90. Het bleek (financieel)
niet vol te houden. Dat dwong en
dwingt de dienstenorganisatie van
onze kerk nog steeds tot keuzen. Wat
bieden wij aan landelijke/regionale
ondersteuning met het oog op
professionalisering van het kerkenwerk?
Want dat anno 2009 in onze
cultuur kerkelijk amateurisme dodelijk
is, lijkt mij helder. “Wat gij doet, doe
dat goed”, is nu het devies.
Mijn kernwoorden bij dit punt zullen
zijn: concentratie, keuzen, kwaliteit en
eenvoud.
Tevens zullen we stilstaan bij de rol
van de predikanten (‘academische
professionals’) en kerkelijk werkers.
En de inzet van aanwezige deskundigheid
in de kerk.
Ambt
In heel het kerkenwerk gaat het om
de vraag naar ‘waarom en waartoe we
het doen’. Heitink laat in hetzelfde
boek zien dat professionalisering niet
automatisch leidt tot een vitalere kerk.
Daar is meer voor nodig. Daar stuiten
wij op de dimensie van de Geest. Maar
ook heel nuchter op de dimensie van
de trouw, de volharding, de continuïteit,
de inspiratie, etc. Hiermee hebben
we het over aspecten van de ambten
en de bedieningen en de diensten.
De
´traditionele´ vormen van trouw (24
jaar in de kerkenraad met een
onderbreking van een jaar) verdwijnen
in een netwerksamenleving, maar ook
die kan niet zonder de grondnotie van
de verbinding, de trouw. En de kerk al
helemaal niet. Verbinding (‘verbond’)
is zelfs haar wezen en waarmerk en
misschien wel belangrijkste ‘vrucht’.
Kernwoorden zijn: toewijding,
volharding, afzien van onszelf,
herstel van de disciplina arcana,
heroverweging van gestalten van
lekenapostolaat.
Wat een samenleving als de onze
nodig heeft, zijn de representanten
van de hierachter liggende ervaringswijsheid.
Persoon
Het laatstgenoemde vraagt mensen
in de kerkelijke leiding die ‘representatief’
zijn, in staat de kerk te
representeren. Voorbeeldfiguren.
Kernwoorden: authenticiteit,
originaliteit, vrijmoedigheid,
‘geheiligde persoonlijkheid’ (uitdrukking
Gunning jr.)
De kerkrentmeester
We sluiten af met een paar ‘toepassingen’
in de richting van de
kerkrentmeesters
Inkomen en pensioenen
P.J.C. Borgdorff
Ten aanzien van het al dan niet
belonen van werkzaamheden ten
behoeve van de kerk en haar
gemeenten is sprake van diversiteit.
Onbezoldigde ambtsdragers als
ouderlingen en diakenen; al dan niet
van een vrijwilligersvergoeding
voorziene andere vrijwilligers;
predikanten met traktement; betaalde
professionals als kosters, kerkelijk
werkers, kerkmusici en administratief
personeel met een salaris. Ten
aanzien van de arbeidsvoorwaarden
zijn er twee – min of meer gescheiden
– trajecten voor predikanten en voor
de kerkelijke medewerkers. Min of
meer gescheiden: er zijn twee
afzonderlijke georganiseerde overleggen,
maar in de praktijk wordt voor
beide regelingen gekeken naar de
arbeidsvoorwaarden van de overheid
en naar maatschappelijke ontwikkelingen.
Bij salaris en traktement zal in de
workshop niet lang worden stilgestaan.
Gekozen is voor het thema
pensioenen: pensioenen, een zegen
en een last.
Vanuit de actualiteit is er natuurlijk
veel te zeggen over pensioenen. U
hoeft de nieuwsberichten maar te
volgen over de oorzaak en de
gevolgen van de huidige kredietcrisis.
In de inleiding zal dan ook een
korte schets worden gegeven van
het ontstaan van de crisis. Vervolgens
wordt dat toegespitst op de
situatie in pensioenland, met
begrippen als dekkingsgraad,
indexatie, beleggingsbeleid. Ook de
rol van de toezichthouder komt
daarbij aan de orde. Daarna wordt
stilgestaan bij de aspecten die een
rol spelen bij het herstel van de
pensioenreserves. Wat betekent dit
voor de mensen die nog een pensioen
aan het opbouwen zijn? En
wat betekent het voor de reeds
gepensioneerden? En last but not
least: Wat betekent het voor de
bijdragen van de gemeenten?
Het belang van een pensioenregeling
in het algemeen.
Waarom is pensioen belangrijk voor
de werkgever/de kerkelijke gemeente
en welke belang heeft pensioen voor
de predikant en de medewerkers?
Pensioenen voor kerkelijke medewerkers
Wat heeft de pensioenregeling van
het pensioenfonds Zorg en Welzijn
aan de medewerkers te bieden?
Gestart wordt met een korte
toelichting op de regeling en de
actuele stand van zaken (uiterlijk 31
maart 2009 dient het pensioenfonds
het herstelplan in bij DNB).
Een overzicht van wat er is geregeld
betreft onder meer: ouderdomspensioen,
arbeidsongeschiktheidspensioen
en nabestaandenpensioen.
Mogelijkheden voor vervroegd
uittreden, mogelijkheden voor
bijsparen, hoog/laag constructie in
de uitkeringsfase.
Ook zal er aandacht worden besteed
aan de kosten en kostenverdeling
tussen gemeenten en medewerkers.
Pensioenen voor predikanten
Wat heeft de Stichting Pensioenfonds
voor de Predikanten in de
Protestantse Kerk in Nederland te
bieden? Ook hier zal een korte
toelichting worden gegeven op de
regeling en de actuele stand van
zaken (ook de Stichting Pensioenfonds
moet uiterlijk 31 maart 2009
een herstelplan hebben ingediend).
Een overzicht van wat er is geregeld
betreft onder meer: ouderdomspensioen,
arbeidsongeschiktheidspensioen
en nabestaandenpensioen.
Mogelijkheden voor vervroegd
uittreden. Ook hier aandacht voor
de kostenverdeling. Tevens wordt
iets gezegd over de onderhandelingen
met PGGM voor het uitbesteden
van de uitvoering van de regeling
aan PGGM.
Tot slot zal er een toelichting worden
gegeven bij de bestuurlijke opzet en
de organisatie van het fonds.
De heer P.J.C. Borgdorff is directeur
van het Pensioenfonds Zorg en
Welzijn. Pensioenfonds Zorg en
Welzijn laat de pensioenregeling
(ook voor de pensioenen van de
kerkelijke medewerkers) uitvoeren
door PGGM. De heer Borgdorff is
tevens bestuurslid van het Pensioenfonds
Predikanten in de Protestantse
Kerk in Nederland.
Vrijwillige inzet vraagt om vrijwilligersbeleid
P. Valstar
Naar schatting zijn er in de Protestantse
Kerk in Nederland zo’n kwart
miljoen vrijwilligers werkzaam.
Catecheten en bezoekmedewerkers,
kosters en organisten, organiseerders
van gemeentemaaltijden en
vieringvoorbereiders, bestuurders en
kerkbalanslopers, schoonmakers en
kerkrentmeesters, denkers en
doeners, lang- en kortverbanders.
Een nog veel groter aantal gelovigen
is als vrijwilliger actief in allerlei
maatschappelijke organisaties. Vaak
nadat zij eerst binnen de kerk actief
zijn geweest. Hun inzet levert Nederland
naar schatting een maatschappelijk
rendement op van ruim € 3
miljard. Van alle protestanten doet
ruim 40 pct. vrijwilligerswerk.
Volgens onderzoek van het Sociaal
en Cultureel Planbureau is er een
direct verband tussen geloof en
vrijwilligerswerk.
Tegelijkertijd wordt vrijwillige inzet
steeds minder vanzelfsprekend, ook
binnen het kerkenwerk. Vrijwillig
Nederland is aan het veranderen. Zo
is er bijvoorbeeld naast de kern
vrijwilliger een ander type vrijwilliger
aan het ontstaan, dat zich
tijdelijk en flexibel wil inzetten,
kritischer tegen organisatorisch falen
staat en aangeeft wat hij of zij er
voor terug wil krijgen. Dat betekent
dat de eisen die vrijwilligers aan het
kerkenwerk stellen, hoger worden.
Deze ontwikkelingen vragen om een
inspirerend en doordacht vrijwilligersbeleid.
Steeds meer kerkelijke geloofsgemeenschappen
gaan daar ook toe
over. Hoe kunnen we op een effectieve
en plezierige manier vrijwilligers
werven, begeleiden en uitzwaaien?
Hoe kunnen kwaliteiten van gemeenteleden
en het kerkelijk beleid dicht
bij elkaar gehouden worden? Wie
neemt daarin het voortouw?
Hierover verscheen in 2005 het werkboek
Werven, begeleiden en
uitzwaaien, werkboek voor kerkelijk
vrijwilligersbeleid. In de workshop
zal een aantal trends in kerkelijk
vrijwilligersland worden benoemd
alsmede een aantal voorbeelden van
plaatselijke praktijken van vrijwilligersbeleid.
Daarbij zullen ook enkele
zakelijke aspecten worden benoemd,
bijvoorbeeld over vrijwilligersvergoedingen
en verzekeringen.
De heer Valstar is gemeenteadviseur
bij de Dienstenorganisatie van de
Protestantse Kerk in Nederland.