VOORJAARSVERGADERING VAN AFDELING NOORD-BRABANT-WEST
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-6-2008
Op 8 april 2008 hield de afdeling Noord-Brabant-West
haar ledenvergadering in het gebouw “De Haven” dat
gelegen is achter de kerk van de hervormde gemeente te
Waalwijk.
De voorzitter van de afdeling, de heer prof. ir.
M.J.L. Tiernego, stond stil bij enkele zaken. Hij verwees
naar de Nieuwsbrief van de VKB en deed een oproep om
toch vooral op 19 april 2008 het VKB-Congres in Ede te
bezoeken. Verder vroeg hij aandacht voor de website
reliwiki, waar men wezenlijke gegevens van de kerken
kan inbrengen. Hierna werd een aantal huishoudelijke
zaken afgewikkeld.
Vanuit het hoofdbestuur
Vervolgens deed hij enkele mededelingen vanuit het
hoofdbestuur van de VKB. De financiën van de Kerk
blijven, althans naar de mening van het hoofdbestuur,
onvoldoende transparant. Omdat hierin echt verbetering
moet komen, pleit de VKB voor een kerkelijke rekenkamer.
Die is dringend nodig. Verder deelde hij mee dat een
commissie van de VKB bezig is knelpunten in de kerkorde
te inventariseren en hiervoor oplossingen aan te dragen.
Tenslotte wees de heer Tiernego op de problematiek
inzake de Landelijke Ledenregistratie die de kerk intussen
€ 5,8 miljoen gekost heeft. De toezegging is gedaan dat
de dienstverlening van de SMRA ook voor Kerkbalans
2009 ongewijzigd blijft.
Fusie SBKG-en
Hierna kreeg de heer J. Buijs het woord. De heer Buijs, die
lid is van het afdelingbestuur, is betrokken bij de uitvoerende
werkzaamheden van de Stichting Behoud Kerkelijke
Gebouwen Noord-Brabant-West. Met de stichting
van Oost-Noord-Brabant en Limburg zijn gesprekken
gevoerd, die ertoe geleid hebben dat besloten is dat er
binnenkort een fusie plaatsvindt. De nieuwe stichting, te
weten de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen Noord-
Brabant en Limburg, zal als werkgebied de gemeenten in
Noord-Brabant en Limburg omvatten.
Verder wijst hij op het extra ter beschikking stellen door
de provincie van zo’n € 15 miljoen voor onderhoud en
restauratie. Gemeenten die plannen hebben gemaakt,
worden met voorrang behandeld. Daarom is het van
groot belang dat colleges van kerkrentmeesters ervoor
zorgen dat zij onderhoudsplannen voor de komende
jaren maken.
Het beleid
Hierna krijgt de voorzitter van het hoofdbestuur van de
VKB, de heer mr. P.A. de Lange, het woord die een
inleiding houdt over het onderwerp “Over beleid gesproken”.
Hij verwijst naar diverse publicaties in “Kerkbeheer”
waarin de heer G.L. Westerveld, penningmeester
van de VKB en van de Raad voor de Plaatselijke Geldwerving,
een oproep deed om informatie aan Dordrecht te
geven wanneer men plaatselijk aan meerjarenplanning
doet.
De heer De Lange wil graag de proef op de som nemen,
want meten is weten, is een bekend gezegde. Dat is ook
van toepassing op het werk van de VKB en op dat van de
Raad voor de Plaatselijke Geldwerving. Beide organisaties
zetten zich geheel in voor het werk van de plaatselijke
gemeenten. Daarom is het noodzakelijk dat colleges van
kerkrentmeesters gehoor geven aan een oproep om
bijvoorbeeld gegevens aan Dordrecht door te geven.
De basisprincipes voor de kerkrentmeesters zijn: feiten en
plannen. Zonder goede en betrouwbare feiten, kan men
geen verantwoorde plannen maken. Een gemeentelijk
beleidsplan is iets meer dan een omschrijving van wat de
gemeente nu doet. Een verantwoord beleidsplan is
gebaseerd op concrete voornemens op basis van feiten.
Daar ligt een visie aan ten grondslag. Het maken van
beleid vereist het maken van heldere keuzes.
Moed, beleid en trouw
De uitdrukking “Moed, beleid en trouw” is ook een
bekend gezegde. Dat is ook zeer van toepassing op het
werk van de colleges van kerkrentmeesters. Zij moeten
immers vanuit de plaatselijke situatie, die niet altijd even
rooskleurig is, steeds weer de positieve elementen oppakken
om vervolgens met goede plannen te komen ten dienste van het functioneren van de kerkelijke gemeente.
Om een goede impuls te krijgen hoe de kerkrentmeesters
de komende tijd hun visie op het cultureel religieus
erfgoed in de praktijk kunnen brengen, is het van belang
om het VKB-Congres van 19 april 2008 te Ede te bezoeken.
Diverse praktische zaken die met het religieus
erfgoed te maken hebben, komen daar uitvoerig aan de
orde. Naast informatie die kerkrentmeesters direct
kunnen gebruiken in hun eigen gemeente, is de onderlinge
ontmoeting, het uitwisselen van ervaringen, van
grote betekenis.
De provinciale afdelingen zijn van grote betekenis voor
het werk van het hoofdbestuur van de landelijke VKB.
Via de provinciale afdelingen weet het hoofdbestuur wat
er op provinciaal/regionaal vlak in het kader van het
kerkrentmeesterlijk beheer aan de orde is. Dat is een
versterking van de band, maar vanuit het hoofdbestuur
wordt via de betreffende hoofdbestuursleden ook
informatie naar de provinciale afdelingen doorgegeven.
Deze informatie komt, zoals vanavond, dan weer ten
goede aan de kerkrentmeesters. Zij kunnen daar bij de
uitvoering van hun werk hun voordeel mee doen.
Taakopvatting
Het werk van de VKB, dat zich ondersteund weet door
een goed functionerend Centraal Bureau, concentreert
zich op een viertal thema’s, namelijk mensen (traktementen,
salarisregelingen), gebouwen (beheer van kerkgebouwen
en begraafplaatsen), geld (geldwerving zoals
Kerkbalans (Nieuwe Stijl), en organisatie (hoe ziet de
plaatselijke gemeente er in de komende jaren uit, e.d.).
Vanuit die visie probeert het hoofdbestuur van de VKB
een beleid te ontwikkelen dat de doelstellingen van de
VKB, namelijk belangenbehartiging, dienstverlening en
kennisinstituut, uitstraalt.
Het hoofdbestuur denkt mee aan het oplossen van
knelpunten binnen de huidige kerkorde op het gebied
van het kerkrentmeesterlijk beheer. Er zijn contacten met
het Moderamen van de generale synode en het bestuur
van de Dienstenorganisatie. Ook al is de VKB het zeker
niet in alle zaken met de Kerk eens, wordt er wel met
elkaar gesproken in het belang van de kerk en haar
gemeenten.
Het project van de Landelijke ledenregistratie, Numeri,
loopt dood. In het belang van de plaatselijke gemeenten
is het noodzakelijk dat de dienstverlening van de SMRA,
die voor de jaarlijkse geldwerving van grote betekenis is,
in stand blijft.
Toekomst
Er moet veel gebeuren, want er komt ook veel op ons af.
Dit jaar wordt uitvoerig stil gestaan bij allerlei ontwikkelingen
die in verband staan met het Jaar van het Religieus
Erfgoed. Dat is een goede zaak, want de aandacht
voor ons cultureel religieus erfgoed moet verbreed
worden, ook plaatselijk. De kerkrentmeesters van
gemeenten zouden er met elkaar eens over kunnen
denken om jaarlijks een Kerkenpad te organiseren naar
het model van NCRV’s Kerkenpad van zo’n 25 jaar
geleden. Het gaat er om dat de basis verbreed wordt,
waardoor meer mensen hun aandacht gaan richten op
het behoud van het plaatselijke kerkgebouw dat voor
menige gemeente of stadswijk beeld bepalend is.
“De afdeling Noord-Brabant-West heeft ter gelegenheid
van haar 75-jarig jubileum in 2006 een schitterend
gedenkboekje uitgegeven dat breed verspreid behoort te
worden. De informatie die daarin staat, is het vermelden
waard en verdient een groot verspreidingsgebied. Want
dat is de bedoeling van het Jaar van het Religieus
Erfgoed. Doorgeven aan anderen wat wij als religieus
erfgoed te bieden hebben. Religieus erfgoed begint en
eindigt met goed kerkbeheer.
Die schone taak is aan u. Kerkbeheerders zijn wel
gewend aan een beetje storm en tegenwind. Belangrijker
is het besef dat we echte schuilplaatsen mogen bieden
waar politiek en samenleving geen vat op mogen krijgen.
Ik roep op tot een nieuwe beweging: kerkrentmeesters
zijn de ‘tokkies’ van Nederland: Trots Op Kerken. U maakt
het beleid en het verschil. Ik wens u veel wijsheid en
sterkte. De VKB is er daarbij voor u”, zo besloot de heer
De Lange zijn inleiding.
Gedachtewisseling
Naar aanleiding van enkele vragen die rondom gebouwen
en monumenten gesteld werden, ontstond er een
discussie waarin werd stilgestaan bij de relatie “stenen of
pastoraat”. Bij de voorbereidingen van activiteiten van
het Jaar van het Religieus Erfgoed, wist men de VKB niet
te vinden. De Protestantse Kerk in Nederland is daarbij
wel betrokken en dat leidt dan tot een beraad over een
thema inzake een theologische visie over kerkgebouwen.
Men doet net of er sinds 2004 een Protestantse Kerk in
Nederland is en of daarvoor niets was. Met name bij
kerkrentmeesters, die met hart en ziel voor hun kerk
werken, doet dat pijn.
Verder werden er vragen gesteld over de kosten van de
predikant. Colleges van kerkrentmeesters worstelen met
veel vragen over tekorten en terugloop van ledentallen.
Moet er een predikant worden beroepen of kunnen we
volstaan met een kerkelijk werker? Hierop is geen
pasklaar antwoord te geven, omdat dit sterk afhankelijk
is van de plaatselijke omstandigheden, met name de
vraag “Hoe wil men gemeente zijn?”
Voorts waren er vragen hoe de VKB denkt over de
ambtswoning van de predikant, de pastorie. Moet iedere
gemeente een pastorie aanhouden of niet? Hierin spelen
diverse ontwikkelingen een rol, omdat hiermee een
relatie wordt gelegd met de arbeidsvoorwaarden van de
predikant.
Een kerkrentmeester van een gemeente uit de classis
Heusden meldde dat de Protestantse Kerk in Nederland
zeer laag scoort bij de gemeenteleden. De VKB zou zich
harder moeten opstellen jegens de kerk. De voorzitter
van de VKB oordeelde dat de kerk een complexe organisatie
is. Het kost veel tijd om op korte termijn een
resultaat te bereiken dat men eigenlijk zou wensen.
Nadat hij de heer De Lange bedankt had voor zijn
inleiding en deelname aan de gedachtewisseling, sloot
de voorzitter van de afdeling Noord-Brabant-West deze
ledenvergadering.