Passie voor kerken
Geschreven door Mr. P.A. de Lange Datum: 15-10-2008
Er gaat geen week voorbij of er wordt gepubliceerd of gesproken over het Jaar van het Religieus Erfgoed. Allerlei organisaties en instellingen die maar enige relatie denken te hebben met het religieus erfgoed houden bijeenkomsten en symposia om de aandacht voor dit onderwerp te vragen. Opvallend daarbij is echter dat steeds het accent wordt gelegd op de herbestemming van kapellen, kerkgebouwen en kloosters. Alsof het eigenlijke doel waarvoor de kerken gebouwd zijn, namelijk de plaats van de eredienst om God te ontmoeten en Hem te eren, een achterhaalde zaak zou zijn.
Van de voorzitter
Ik heb eerder dit jaar gezegd dat de start van het Jaar van het Religieus Erfgoed naar mijn gevoel wel erg veel een sfeer ademde van politiek en herbestemming. Voor onze kerkrentmeesters, aan wie het beheer van deze gebouwen is toevertrouwd, gaat het eens en vooral om de kerk en het kerkelijk gebruik ervan. Maar blijkbaar zijn we niet in staat gebleken de plaats en de betekenis van het gebouw goed te communiceren. Bij het accentueren van de missionaire en diaconale roeping van de kerk in onze samenleving zijn de plaats en de betekenis van het kerkgebouw nog onvoldoende uit de verf gekomen.
Tijdens het symposium ‘Religieus erfgoed, zonder beleid geen toekomst’, dat op 8 september 2008 in ’s-Hertogenbosch werd gehouden en waarvan elders in deze editie een samenvatting is gegeven, werd gesteld dat ons religieus erfgoed onder zware druk staat. Steeds meer kerken en kloosters zijn genoodzaakt hun deuren te sluiten. De verwachting op basis van de huidige trend van ontkerkelijking is dat in de komende tien á vijftien jaar 50 pct. van de op dit moment in gebruik zijnde religieuze gebouwen zijn functie zal verliezen. Wij moeten dan ook met lede ogen aanzien dat makelaars, taskforces, projectontwikkelaars en tal van andere organisaties dingen naar de commerciële marge van de in nood verkerende kerkelijke gemeenten die, als gevolg van de secularisatie, niet meer in staat zijn kerkgebouwen te onderhouden.
‘Laat kerkgebouwen kerk zijn’, zei drs. P.A.M. Broeders, econoom van het bisdom ‘s-Hertogenbosch, tijdens het hiervoor genoemde symposium. Een reëel gevaar van een massale herbestemming van kerkgebouwen is namelijk het verlies van de eigen identiteit die de unieke en meest belangwekkende waarde van deze gebouwen uitmaakt: het kerkgebouw zal dan straks niet meer als kerk herkend en erkend worden.
Kerkgebouwen, met als doel waarvoor ze gebouwd zijn, horen onlosmakelijk bij onze dorps- en stadsgezichten, onze samenleving. Door de samenleving wordt de aanwezigheid van kerkgebouwen als vanzelfsprekend ervaren, omdat ze niet weg te denken zijn uit ons straatbeeld. Maar instandhouding van monumentale kerkgebouwen is primair een overheidstaak en geen taak van een kerkelijke gemeente. De kerkelijke gemeente behoort haar eigen activiteiten te financieren en is daartoe ook in staat. Echter, de meerkosten die verbonden zijn aan regulier beheer en gebruik van monumentale kerkgebouwen, horen dan ook niet langer bij de kerkelijke gemeenten thuis, maar op het bord van de overheid en de samenleving.
Het zou onze regering sieren wanneer zij, ter stimulering van de betekenis van de kerken voor de Nederlandse samenleving, structureel extra faciliteiten zou bieden voor de instandhouding van deze monumentale en beeldbepalende kerkgebouwen. Met extra financiële steun is er een reële kans dat kerkgebouwen in gebruik blijven voor het doel waarvoor ze gebouwd zijn. Daarmee dient de overheid het algemeen belang, hetgeen van haar als hoedster van het cultureel religieus erfgoed mag worden verwacht.