Van de voorzitter
Geschreven door Mr. P.A. de Lange Datum: 15-12-2008
In het afgelopen jaar is er veel over gebouwen en monumenten gesproken en geschreven. Er ging geen week voorbij of het religieus cultureel erfgoed kwam wel in het nieuws. En terecht, want het jaar 2008 was niet voor niets het Jaar van het Religieus Erfgoed. Ook onze Vereniging heeft in dit verband haar partijtje meegespeeld.
Zorg voor kerkgebouwen
Om de aandacht voor het kerkgebouw te vergroten,
stelde het hoofdbestuur van onze Vereniging in 2006 een
jaarthema 2007-2008 vast, waarbij het kerkgebouw een
centrale plaats inneemt. De eerste gelegenheid waarbij
dit merkbaar was, betrof de algemene vergadering van
21 april 2007. Tijdens een viertal workshops werd aandacht
besteed aan het gebruik van het kerkgebouw voor
de eredienst. Daarbij kwamen o.m. de volgende onderwerpen
aan de orde:
— Aan welke aspecten moet het gebouw voldoen en
welke keuzes moeten worden gemaakt wanneer er
sprake is van afstoten van kerkgebouwen? Hoe
verlopen de procedures, hoe wordt met emoties
omgegaan en wie beslist er tenslotte?
— Het multifunctionele gebruik van het kerkgebouw dat
nog steeds wekelijks voor de eredienst gebruikt
wordt. Wat kan en mag er in monumentale kerkgebouwen?
— De beheersproblematiek, namelijk de beheersstichting,
zowel regionaal als lokaal.
— Het afstoten van kerkgebouwen. Wat moet een
kerkelijke gemeente doen om het gebouw als
beeldbepalend object voor de wijk of voor de dorpsgemeenschap
in stand te houden? En wanneer het
gebouw niet gesloopt wordt, maar voor andere
doeleinden wordt gebruikt, wat wordt dan van de
kerkelijke gemeente verwacht om te bereiken dat aan
het kerkgebouw een waardige herbestemming wordt
gegeven?
In het kader van ‘2008 Jaar van het Religieus Cultureel
Erfgoed’ heeft onze vereniging veel aandacht aan dit
religieus cultureel erfgoed besteed. Behalve in maandelijkse
publicaties in dit blad stond het religieus cultureel
erfgoed centraal tijdens de algemene vergadering van 19
april 2008, die in de vorm van een congres plaatsvond.
Het begon met mijn jaarrede die de titel “Trots op
kerken!” meekreeg. Vervolgens was er een hoofdinleiding
met als motto “Religieus Cultureel Erfgoed — een
gezamenlijke verantwoordelijkheid van kerk, overheid en
samenleving”, die gevolgd werd door een gedachtewisseling.
Daarna volgden in twee sessies een vijftal workshops
over kerkelijk kunstbezit, kerkelijke begraafplaatsen,
kerktorens, kerkorgels en regelgeving en beheer van
het kerkgebouw.
Bovenstaande inleidingen, aangevuld met nog wat
praktische informatie over het beheer van het kerkgebouw,
zijn opgenomen in een speciale uitgave van onze
Vereniging die deze maand verschijnt en die voor alle
leden beschikbaar is. In deze bundel is onze actuele
documentatie over de vele aspecten van het beheer van
het kerkgebouw bijeen gebracht. De titel van dit boekje,
“Passie voor Kerken”, is ontleend aan een symposium
onder dezelfde titel dat in december 2006 werd gehouden
bij het afscheid van mr. J.M. Chr. Klok, de voorzitter
van het Economencollege van de Rooms-Katholieke Kerk
in Nederland, met wie onze Vereniging goede banden
onderhield. Wij hopen dat deze uitgave een wegwijzer
zal zijn bij het beheer van de kerkrentmeesters in het
kader van hun zorg voor het (monumentale) kerkgebouw.
Deze maand vindt, als afsluiting van ‘2008 Jaar van het
Religieus Erfgoed”, de presentatie plaats van het strategisch
plan aan de minister van OC&W. Wij zijn benieuwd
waar dit plan toe zal leiden. De toekomst voor onze
kerkgebouwen ziet er zorgelijk uit, want volgens sommigen
zullen de komende tien jaar 1.000 á 1.200 kerkgebouwen
worden afgestoten. Wat gebeurt daarmee? Kan
daarvoor een passend hergebruik worden gevonden dat
recht doet aan de functie van het gebouw waarvoor het
destijds gebouwd is?
Tijdens het VKB-Congres van 19 april 2008 stelde mevr.
mr. dr. S.C. van Bijsterveld dat het bij het behoud van
kerkgebouwen gaat om lange termijnprojecten. Met het
oog op die lange termijn en het draagvlak dat nodig is
bij de uiteenlopende partijen, is het van belang in een
vroeg stadium en doorlopend contacten te onderhouden
met de buurt en de overheid. Kerken kunnen dit toekomstproject
niet alleen dragen. Hiervoor zijn partners
nodig. Eén van die partners is de overheid en de andere
is de samenleving. Ook in het verleden heeft samenwerking
vruchten afgeworpen. Kerken zullen nu met die
samenwerking verder moeten gaan, maar dan in een
geheel nieuwe context. De motor voor die samenwerking
zullen de kerken zelf moeten vormen. “Het zou mij niet
verbazen wanneer de kerken door het met vereende
krachten opnemen van het project tot behoud van het
Religieus Cultureel Erfgoed een bijdrage leveren aan een
maatschappelijke vernieuwing en daarmee ook aan een
echte religieuze vernieuwing”, hield mevr. Van Bijsterveld
ons dit jaar onder andere voor.
Ik wens u veel succes bij de arbeid die u verricht ten
dienste van uw kerkelijke gemeente en ik wens u voorts
gezegende kerstdagen en een voorspoedig 2009 toe.