Door veel colleges is deze periode hard gewerkt om de begroting voor het komende jaar op te stellen. De cijfers zijn verzameld, de kosten geraamd en de inkomsten zo zorgvuldig mogelijk ingeschat. Daarmee is een belangrijk stuk werk gedaan. Onder aan de streep staat hopelijk een sluitend bedrag. Of, zoals sommige colleges nog wel eens doen, ze sluiten af met een kleine min.

Welk verhaal vertelt deze kleine min?

De gedachte bij ‘dat minnetje’ is, dat deze min – als vanzelf – het verhaal vertelt dat de gemeente meer zou moeten geven dan begroot. De nadruk wordt gelegd op het tekort, de negatieve trend. Deze cijfers moeten wel degelijk onder ogen gekomen worden, maar dan helpt het meer om de consequenties van de krimp te tonen. Wat kan niet meer bij gelijkblijvende inkomsten? Of waar is dus een beetje extra geld voor nodig?

Steeds meer colleges stoppen daarom met een niet sluitende begroting te presenteren, en vertellen ‘gewoon’ het eerlijke verhaal. Ze begroten wat er van de gemeente daadwerkelijk gevraagd wordt. Dat kan ook zijn: we tonen de min, maar leggen uit dat een deel van het vermogen van de kerk hiervoor tijdelijk of structureel wordt aangewend. Of ze stellen de vraag: ‘Willen we met elkaar een sluitende begroting van uitgaven en inkomsten, dan hebben we dit bedrag aan vrijwillige bijdragen nodig.’

Welk verhaal vertelt de begroting (wel)?

Het echte gesprek begint pas na de opstelling van deze begroting. Dit gesprek is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de kerkenraad en het college van kerkrentmeesters. Een begroting vertelt hoeveel geld nodig is. Zij vertelt nog niet waarom mensen daaraan zouden willen bijdragen. Achter iedere post kan daarom een verhaal tevoorschijn komen. Niet alleen het verhaal van gas, licht, onderhoud en salarissen, maar vooral dat van de kerk die we met elkaar willen zijn.

“Een begroting vertelt hoeveel geld nodig is. Zij vertelt nog niet waarom mensen daaraan zouden willen bijdragen.”

Waarom verwarmen we op zondagmorgen het kerkgebouw? Omdat daar mensen samenkomen om te zingen, te bidden en woorden van hoop te horen. Waarom betalen we een kerkelijk werker? Omdat iemand naast een gemeentelid – zonder aanzien des persoons – gaat zitten, wanneer het leven zwaar wordt. Waarom onderhouden we het orgel, steunen we het jeugdwerk en betalen we voor koffie? Omdat geloof ook klinkt in muziek, groeit in jonge mensen en soms begint bij een ontmoeting rond een tafel.

De inzendingen voor de VKB-Marsh Award 2026, die nu door de jury worden beoordeeld, onderstrepen hoe belangrijk dat is. Geldwerving krijgt kracht wanneer mensen worden meegenomen in een concreet verhaal. Wanneer de kring breder wordt dan de trouwe gevers alleen. En wanneer mensen niet uitsluitend wordt gevraagd om hun portemonnee te openen, maar ook om hun talent, tijd, netwerk of creativiteit in te zetten. Dan ontstaan nieuwe contacten en groeit betrokkenheid. Geldwerving wordt meedoen.

Voor wie willen wij er zijn? Wat willen wij bewaren, doorgeven of mogelijk maken? En kunnen gemeenteleden in dat verhaal herkennen hoe hun bijdrage verschil maakt? Dat verhaal is dan meteen de basis voor je communicatie richting de Actie Kerkbalans. En steeds meer gemeenten wachten daar niet mee tot begin januari, maar communiceren al eerder haar plannen. Of ze organiseren doordeweeks of op zondag na de dienst een korte toelichting op de plannen voor het komende jaar, zodat het appel wordt toegelicht. Op de website van Actie Kerkbalans staan inspirerende voorbeelden, hoe je dit zo kunt doen, dat het ook wat minder trouwe gevers, jongeren en/of kerkgangers kan aanspreken.

Dankdag: Je geeft niet voor de sluitende begroting

Een oproep om meer te geven blijft gemakkelijk steken in een percentage of streefbedrag. Een uitnodiging om mee te bouwen aan een geloofsgemeenschap heeft een andere klank. Dan wordt een bijdrage geen betaling voor geleverde diensten, maar een teken van verbondenheid. Iemand helpt het licht brandend te houden, letterlijk en figuurlijk.

“Dankbaarheid is meer dan terugkijken naar wat wij ontvingen. Zij zet ook iets in beweging.”

Deze blog verschijnt op Dankdag. Vanouds is dat een moment om stil te staan bij wat het land, ons werk en onze inzet hebben opgebracht. Dankbaarheid is echter meer dan terugkijken naar wat wij ontvingen. Zij zet ook iets in beweging. Wat je (terug)geeft aan God, dat kan worden gedeeld en vermenigvuldigd. Wie zich realiseert wat hem of haar is toevertrouwd, gaat anders kijken naar wat gedeeld kan worden.

Misschien begint goede geldwerving precies daar: bij dankbaarheid die handen en voeten krijgt. Bij mensen die begrijpen welk verhaal hun kerk wil blijven vertellen en ontdekken dat zij daarin zelf een plaats hebben. De begroting geeft aan wat dat verhaal kost. Aan kerkenraad en college de mooie taak om te laten zien wat dit verhaal waard is.